Rijk – Heleen

Lieve Janneke,

Mijn coachgroep bestaat uit leerlingen die vanuit diverse landen in onze schoolbanken beland zijn. In vijf landen, verspreid over de wereld, werden ze geboren (“en Friesland dan?”) en iedereen neemt natuurlijk een ‘stukje thuis’ mee naar school . Ik vind het een rijkdom om met deze groep te werken, we leren zoveel van en met elkaar.

We zaten aan de door mij pas geconfisqueerde lange houten tafel bij elkaar voor de paasviering met de klas. Natuurlijk brandden er kaarsen, zoals altijd wanneer wij vinden dat daar een reden voor is. Het joodse paasfeest (Pesach), de Ramadan en het christelijke paasfeest vallen zo’n beetje samen dit jaar. Het orthodoxe paasfeest, gevierd door de Eritrese leerlingen, valt later dan ‘ons’ paasfeest. De orthodoxe kerk gebruikt de Juliaanse kalender om de paasdatum te berekenen. Pasen zoals wij dat kennen valt niet vaak samen met Pasen in de Eritrese kerk.

Je kunt je misschien voorstellen dat ik even moest nadenken over wat ik op tafel zou zetten bij onze viering. Twee vastende moslims, drie vastende orthodoxe leerlingen, één (twee of drie…) ‘Nederlandse’ Christenen en een paar zonder uitgesproken geloofsopvoeding zaten vandaag aan tafel. Ik had gekozen voor wat fruit, met de belofte dat we samen nog eens wat uitgebreider zouden snoepen als iedereen weer mee kon eten. Andere klassen genoten een uitgebreid paasontbijt, dat wisten we allemaal. Het verzoek aan iedereen om een bloem mee te brengen voor een gezamenlijk paasboeket was niet door iedereen (= niemand) onthouden, dus plukten we eerst bloemen uit de bakken die buiten stonden. Daar had ik (heus) toestemming voor gekregen van onze tuinvrijwilliger.

Voor de paasviering, van alle klassen van onze school, had ik een spel bedacht; ‘Wat zou jij doen?’. Tijdens dat spel kon je als team of individu vragen beantwoorden. De vragen gingen over de keuzes die je maakt in alledaagse situaties. Onderwerpen als roddelen, het voor iemand opnemen, betrouwbaar zijn, grenzen aangeven en voor jezelf kiezen stonden centraal. Je kon de vragen als jezelf beantwoorden, maar ook in de huid kruipen van Maria Magdalena, Judas, Petrus en een aantal andere personages uit het paasevangelie. Onze groep was zo lang bezig geweest met het plukken van bloemen, “mevrouw, het is wel héél koud en héél vroeg”, dat we het spel speelden als onszelf.

Het fijne van werken met mijn groep is dat je weinig sociaal-wenselijke antwoorden krijgt, als je een vraag stelt. “Je vindt een briefje van twintig Euro in de gang, niemand ziet dat jij het vindt. Het enige dat jij gezien hebt is dat iemand eerder vandaag een tas liet vallen, alles belandde op de grond in de gang. Je kent deze persoon niet. Wat doe je met het geld?” Iedereen leek wel een antwoord klaar te hebben op deze vraag. “Wat je vindt mag je houden!” “Je kunt toch beter gewoon pinnen, wie heeft er nu nog geld bij zich.” “Ja, eigen schuld dus.”

Een leerling waarvan ik weet dat er thuis geen briefjes van twintig rondfladderen schoof wat heen en weer op zijn stoel. Zijn klasgenoot, de oudste van de klas, die vaak een gesprek vermijdt, schraapte zijn keel en richtte het woord tot mij. De anderen, een beetje onder de indruk, waren gelijk stil. “Mevrouw, als je geld vindt dan geef je het aan de armen. Of het nou twintig Euro is of tien cent, zo heb ik het geleerd van mijn geloof. Dit geld zul je niet missen, het was niet van jou, je kunt er wel iemand anders mee helpen. Dat maakt ons allemaal rijk.”

Volgens mij wilde iedereen eigenlijk wel een applausje geven voor de wijsheid van deze jongen. Nog een beetje onder de indruk pakte een enkeling nog wat fruit, daarna was het tijd om de kaarsen te doven en te ontdekken of er nog iets in de gang te vinden was.

Ons werk is best leuk, vind je niet?

Liefs Heleen