Winactie: Noem geen namen – Astrid Sy

Helaas zien we elke dag in het nieuws dat vrede nog altijd niet vanzelfsprekend is, ook al leven wij al bijna 78 jaar in vrijheid. Daarom hebben we tot 4 & 5 mei elke week een winactie met een boek dat zich afspeelt rond de Tweede Wereldoorlog. Zodat we niet vergeten wat er toen gebeurd is en we ervan kunnen leren met het oog op de toekomst en de actualiteit.

We hebben gekozen voor acht verhalen die een totaal verschillende kant van de oorlog belichten. Deze week maak je kans op Noem geen namen van Astrid Sy. Je hebt een week de tijd om te reageren via onze instagram-pagina. Op zondag 12 maart 2023, maken we de winnaar bekend.

De kindersmokkel uit de crèche aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam is een bekend en ijzingwekkend verhaal dat in 2012 volop aandacht kreeg toen de film Süskind verscheen. Historicus Astrid Sy -bekend als presentator van het programma Andere Tijden- besloot er een jeugdboek over te schrijven, waarbij ze heel bewust heeft gekozen voor het perspectief van drie jonge vrouwen die een risicovol onderdeel van de operatie uitvoerden. Het verhaal is gebaseerd op de levens van onder andere Gisela Söhnheim, Hetty Voûte en Sieny Kattenburg, die in de Tweede Wereldoorlog honderden Joodse kinderen hebben gered uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg.

‘Naïef of niet, als ik ook maar een enkel kind kan helpen dan doe ik dat,’ deze dappere woorden van de fictieve verzetsstrijder Kaat vatten de drijfveren van alle deelnemers goed samen om aan deze wanhopige actie deel te willen nemen. Tegelijkertijd maakt Astrid inzichtelijk hoe een dergelijke grote actie niet alleen door onbeheersbare emoties gedreven kan worden, maar juist uit een buitengewoon ingewikkelde organisatie bestond waarin hartverscheurende en onmenselijke keuzes moesten worden gemaakt. Hoe er gesjoemeld werd met transportlijsten, zodat niet opviel dat er kinderen verdwenen. Hoe er een passend gezin voor ieder kind gekozen werd, omdat een kindje met zwart haar niet probleemloos bij een blond gezin kon worden geplaatst.

Het geeft ook een inkijkje in de ingewikkelde kwesties waar de nog altijd controversiële Joodse Raad mee te maken had. De Joodse Raad is een door de Duitsers ingesteld orgaan van Joden die de Joodse gemeenschap moest organiseren en besturen. De Joodse Raad werd zo een doorgeefluik voor anti-Joodse maatregelen en werd verantwoordelijk voor de papieren organisatie van de deportaties in Nederland. Het veroorzaakte een duivels dilemma waar ze destijds al op werden aangekeken door een deel van de Joodse gemeenschap: hadden ze deze taak moeten weigeren zodat de nazi’s vrij spel kregen of was het verstandig om mee te werken ‘om erger te voorkomen’?

Het is goed dat er nu een boek bestaat met dit indringende verhaal. Het voelt surrealistisch aan. Dat maakt het des te belangrijker om ons er m.b.v. dit boek van te kunnen doordringen dat dit écht heeft plaatsgevonden. Het verhaal Noem geen namen is duidelijk door een historicus geschreven n.a.v. een gedegen onderzoek. Dat maakt het hier en daar wat lijvig en gedetailleerd, maar het wordt daardoor ook een geloofwaardige en realistische roman.

Noem geen namen werd gekozen als één van de tien leestips op de shortlist van de Jonge Jury in 2022 en won de prijs Mooiste Boekomslag 2021.

Ons leeftijdsadvies: 13+ | Uitgever: Luitingh-Sijthoff | Auteur: Astrid Sy | Omslagbeeld: Mark Janssen | Verschenen: 30 maart 2021

Niet gewonnen, maar wel nieuwsgierig geworden naar dit boek? Klik hier om Noem geen namen te bestellen.

Neem nooit een beste vriend – Erna Sassen – Tip van Heleen

“Toen ze naar huis fietste, omhelsde ze me op haar prettig zachte manier en fluisterde ze in mijn oor: ‘Ik vind jou ECHT aardig.’ Wat waarschijnlijk een groot compliment was, maar ik kon alleen maar denken: Heb ik weer. BFF met Lindsey ☹ mooiste meid van Noord-Holland en omstreken.”

Joshua, zijn vrienden noemen hem Rembrandt, zit op het vmbo en kan fantastisch tekenen en schilderen. Dylan en Sergio zijn dominante types, direct en niet zachtzinnig in hun reacties. Lindsey is, in aanloop naar zijn examen in tekenen, Joshua’s muze. Ze daagt alle jongens uit en zegt pornoactrice te willen worden. Bij hém laat ze juist een andere kant zien. Joshua’s hoofd zit vol met verwarrende en tegenstrijdige gedachten. De coronalockdown, eenzaamheid en alle zorgen in het hoofd van deze gevoelige 17-jarige hádden kunnen zorgen voor een statische en misschien wat deprimerende roman voor jongeren. 

Neem nooit een beste vriend is alles behalve een statisch verhaal in een deprimerend boek! De dialogen zijn grappig, de gedachten levendig en de ontmoetingen buitengewoon prikkelend en meeslepend. Allerlei heftige onderwerpen passeren de revue; eetstoornissen en sekswerk, porno en vriendschap, afscheid en grensoverschrijdend gedrag, alles in een sprankelende toonzetting. Erna Sassen schrijft niet belerend en neemt geen stelling, maar geeft Joshua alle ruimte voor zijn persoonlijke overwegingen. Daarmee komt ze, denk ik, heel dichtbij wat er werkelijk in het hoofd van een 17-jarige in deze tijd omgaat.

Martijn van der Linden verbeeldt in zijn illustraties de gedachten en gevoelens van Joshua. Hij zorgt daarmee voor een verrijking van de hoofdpersoon en geeft tegelijkertijd rust in beschrijvingen. De tekeningen zijn puur en ontroerend en vullen op een heel natuurlijke manier het verhaal aan. De illustraties maken je nieuwsgierig naar Joshua’s beleefwereld en de personen, vaak Lindsey, die hij wil verbeelden.

“Het hele concept beste vriend slaat trouwens nergens op. De ene keer is Dylan mijn beste vriend, de andere keer Sergio. Zelfs Leo is een keer mijn beste vriend geweest. En oma trouwens ook, die ouwe heks, toen ik er een keer heel erg doorheen zat en ze iets liefs wilde bedenken. Maar goed. Je hebt er sowieso niks aan. Aan vrienden in het algemeen en aan beste vrienden in het bijzonder.”

Neem nooit een beste vriend gaat over vriendschap. Joshua begrijpt zijn beste vriend Sergio niet meer. Hij kan zijn keuzes, om bijvoorbeeld sekswerker te worden, niet volgen. Ook vindt hij het ingewikkeld om te zien hoe zijn zus zich uithongert na een korte relatie met Sergio. Dylan, met zijn oorverdovende stemgeluid, heeft een woedeprobleem en vindt de keuzes van Sergio onbegrijpelijk. Voor Joshua is het een hele opgave om zijn vrienden te blijven verbinden. Ook Lindsey, die zo fantastisch danst, maakt het hem niet makkelijk. De signalen die zij afgeeft zorgen voor schuldgevoel, want hij kijkt óók naar haar, en vertedering.

Erna Sassen heeft al deze verwarrende, soms tegenstrijdige, gedachten samengesmeed tot een humoristisch en meeslepend verhaal. Actuele onderwerpen en daaraan verbonden namen ondersteunen de geloofwaardigheid en de eigentijdse toonzetting. Ik ben fan!

“Vandaar NEEM GEEN BESTE VRIEND als je op iets anders uit bent”

Mijn leeftijdsadvies: 15+ | Uitgever: Leopold | Auteur: Erna Sassen | Illustrator: Martijn van der Linden | Verschenen: 14 december 2022 | Prijs: €17,99 | Hier te bestellen

Mooiste woord – Heleen

Lieve Janneke!

Eigenlijk is het belachelijk wat we doen! Vlak voor iedere vakantie persen we de laatste restjes energie er uit… Nog even een toets, een project afronden, brainstormen in een werkgroepje, een scholingsmiddag en allerlei andere dingen die heel belangrijk lijken. Doe daar een schepje vrienden in nood, mensen die je echt beloofd had te helpen en wat verwaarloosde familieleden bovenop en je weet zeker dat je die vakantie wel heel hard nodig zult hebben. In één van mijn klassen werd ik verrast met een mooi inzicht.

Vorige week was het Valentijnsdag, niet alleen het moment om je laatste geld uit te geven aan roze glitterharten en snoepjes die dan wel heel zoet maar eigenlijk helemaal niet zo lekker zijn. Op Valentijnsdag kun je je leerlingen én collega’s verrassen met de vraag “Wat is eigenlijk jouw mooiste liefdesliedje?” (Ja, wat is die van jou? Ik vind Love of my life
hartverscheurend mooi, vooral de versie van alleen Freddy Mercury en de piano.) (Oh en Hallt mich van Herbert Grönemeyer is ook beeldschoon.) Natuurlijk is Valentijnsdag ook het uitgelezen moment om aandacht te besteden aan poëzie.

Mijn vriendin Anke Herder schreef het gedicht Toonbank , over woorden die nog niet eerder gebruikt zijn voor dé ultieme liefdesverklaring. Na het voordragen van het gedicht gingen de leerlingen uit 2 Basis zelf aan de slag met het gedicht. In de les, die iedereen in zijn eigen tempo volgde, werden de leerlingen uitgenodigd na te denken over het woord dat zij het allermooist vonden. Het was rustig in het lokaal, glitterstiften en kleurpotloden werden gedeeld en de zon scheen onder het zonnescherm door naar binnen.

Een enkeling keek verstoord op toen ik Love of my life opzocht op YouTube, dat was duidelijk iets te veel van het goede. Oordeelloos wandelde ik door het lokaal. ‘Puch’ las ik bij een jongen die dol is op brommers, ‘bloem’ bij een meisje dat een prachtige bloemenslinger om haar mooiste woord tekende en ‘best’ bij een meisje bij wie dit woord als gezinsstopwoord gebruikt wordt. Best, een mooi woord, nog beter dan ‘goed’ en zo veilig als je ieder gezin wenst. Voetbalclubs, liefde en een boot, allemaal zouden ze later de muur van het lokaal mooier maken. Wat zijn er veel mooie woorden en wat werden ze knap gevonden.

“Ik”, het stond in glitterletters op de papieren van twee vriendinnen die helemaal in hun eigen gedachten verzonken leken te zijn. Toen ik stil bleef staan, deden ze hun oortjes uit en keken me aan. Ze hadden niet eens in de gaten gehad dat ze beide het zelfde woord als mooiste hadden gekozen, maar leken er niet door verrast te zijn. Toen ik vroeg naar de achtergrond van hun keuze vonden ze dat een belachelijke vraag. “Het begint bij ik!” “En als ik er niet meer ben kan al het andere om me heen er ook niet zijn.” Ik is dus een dubbel mooi woord, eentje waar de zilveren of gouden randjes af en toe best eens opgepoetst mogen worden. 

Lieve Janneke, ik wens jou een ontspannen ik-vakantie! Kleur je mooiste woorden in met glitterstiften en steek je laatste restje energie in ontmoetingen waar jij van gaat glimmen!

Liefs Heleen

Nieuwsgierig geworden naar Heleens les over je mooiste woord? De les is hier te bekijken. 

Lowie – Stefan Boonen – Tip van Janneke

‘Als je niet veel tijd hebt: Dit verhaal gaat over een meisje. Ze loopt weg. Op het laatst gaat ze (bijna) dood. En meer natuurlijk, véél meer.’ 

Met de eerste zinnen wordt meteen duidelijk wat je kunt verwachten van dit geestige boek. Lowie is een fantasierijk verhaal over het vinden van je eigen plek in de wereld. Hoe je af en toe je lot in eigen hand moet nemen. En hoe je echt niet alles helemaal alleen hoeft te doen. Soms komt hulp uit onverwachte hoek.

Lowie is een woelig kind, met hoge golven in haar hoofd en in haar benen. Ze heeft een hart als een kolibrie en wil geen huismus meer zijn. Als dienstmeisje van de hardvochtige familie Simmer heeft ze geen prettig bestaan. Ze wil de wereld zien, haar vrijgevochten moeder achterna. Na de zoveelste boze vingerknip van haar bazin besluit ze weg te lopen. Maar is ze wel zo zelfredzaam als ze dacht? Weglopen is zo moeilijk niet, maar dan… Dan staat ze er alleen voor en zal ze zichzelf moeten redden. Haar gevoelens zijn herkenbaar en dat levert een hoopvol verhaal op over een kind met een hard leven. Een kind dat desondanks nieuwe vrienden maakt en erachter komt dat ze zichzelf mag zijn.

Illustrator Dieter de Schutter voelt met zijn sprookjesachtig illustraties goed aan welke dingen hij in beeld kan brengen en welke komisch omschreven zaken voor eigen invulling bewaard moeten blijven. Het tijdloze berglandschap op de cover en de landkaarten aan de binnenzijde van het boek zeggen alles over de woeste, bosrijke leefwereld van Lowie, maar geven niets prijs over de personages of over de tijd waarin het boek zich afspeelt.

In welke tijd speelt het boek zich dan af? Dat is en blijft de vraag. ‘Ergens tussen vroeger en nu,’ zegt schrijver Stefan Boonen hier zelf over. ‘Kinderboekentijd heet dat.’ Het verhaal is gesitueerd in een fictieve omgeving. Er is sprake van piraten, dienstmeisjes en doodgravers. Toch dragen de kinderen ook gewoon t-shirts en eten bonbons met de smaak van speculoos.

Lowie wordt in Vlaanderen nu al als een klassieker bestempeld en doet me eerlijk gezegd denken aan het veelgeprezen boek Lampje, van de Nederlandse schrijfster Annet Schaap. Een evenzo kinderlijk fantasieverhaal over een eigengereid klein meisje in een wereld vol kleurrijke helpende handen en voortdurend op de loer liggende grimmigheid. Niet alleen de motieven en de hoekigheid van de personages komen in de verte overeen, ook de schrijfstijl lijkt op elkaar.

Met een grote vanzelfsprekendheid verzint de Vlaamse schrijver woorden en doet ze overkomen alsof je ze altijd al hebt gekend. Fabelachtige -haast poëtische- volzinnen beschrijven het binnenlandse plaatsje Hinkel, het voddenkind, de scheetkamer en de ratelhond. Tegelijkertijd is Boonens schrijfstijl puntig en bondig. Er staat geen woord te veel. Stefan en Annet beschikken allebei over dat buitengewone schrijftalent, waarbij ze met kernachtige taal kunnen afwisselen tussen de mijmeringen van een opgroeiend kind en diens kinderlijk kordate doortastendheid.

Zoals Lampje al voor het tweede jaar op rij op nr. 1 staat in De Grote Vriendelijk Top 100, een lijst met favoriete kinderboeken onder volwassenen, zo scoort Lowie in diezelfde categorie ongetwijfeld ook hoog. Lowie heeft alles wat een volwassene in een kinderboek zoekt. Het doet een beroep op verbeeldingskracht en inlevingsvermogen, het heeft een ongrijpbaar sfeertje en staat bol van bloemrijk taalgebruik. Of de (Nederlandse) kinderen er zelf net zo lyrisch over zullen zijn, durf ik nog niet goed te zeggen.

Zonder meer verdient dit boek wat aandringen van diezelfde volwassenen. Help de jonge lezers op weg door de eerste 50 bladzijdes samen te lezen of voor te lezen, zodat ze even kunnen wennen aan het Vlaamse taalgebruik en niet afhaken bij het ietwat stroperige begin. Het verhaal Lowie heeft even wat tijd nodig, maar is het doorlezen meer dan waard. Wie doorleest komt in een aandoenlijke avonturenroman terecht, over een stoer meisje dat een Pippi Langkous-achtige ontroering bij je oproept.

Het verwachtingsvolle slot voelt als een goed begin van een nieuw boek. Komt er misschien nog een vervolg? Ik hoop het, want mijn brugklassers gaan hier vast van genieten.

Mijn leeftijdsadvies: 10+ | Uitgever: Pelckmans | Auteur: Stefan Boonen | Illustrator: Dieter de Schutter | Verschenen: 14 oktober 2022 | Prijs: €19,50 | Hier te bestellen

Mijn geheime boekengenootschap – Janneke

Lieve Heleen,

In gedachten zien jij en ik onszelf graag figureren in fictieve avonturen, maar soms maak je iets in het echte leven mee waar geen fantasyroman of chicklit tegenop kan… Zo werd ik per ongeluk lid van een geheim boekengenootschap toen ik net in de binnenstad van Utrecht woonde. Vlakbij het station was een Boekspot: een boekenkamer waar je boeken kon achterlaten en mee kon nemen. Daar trof ik op een dag een briefje aan.

In het boek Een schitterend gebrek van Arthur Japin was een boodschap achtergelaten: ‘Beste Lezer, Als je dit boek hebt gelezen, zullen we dan op 3 januari 2016 om 15.00 uur dit boek bespreken in café Olivier? Leg het boek zichtbaar op tafel. Groet, Sluipvoet.’ Het was al 2 januari en ik kwam net terug van mijn kerstvakantie. Toevallig had ik het boek al gelezen en ik besloot de volgende dag te gaan kijken of er een grapje met me werd uitgehaald. Niets bleek minder waar.

Ik zat braaf, met het boek zichtbaar op tafel, vlakbij de ingang te wachten toen er een jongen van ongeveer mijn leeftijd -oke, iets ouder- naar me toe kwam lopen. Hij nam mijn zichtbaar verbaasde gezicht op. ‘Ha, ik ben Sluipvoet,’ zei hij. ‘Ik wil je echte naam niet weten, verzin maar een andere.’ We spraken anderhalf uur lang over Een schitterend gebrek en andere boeken. Daarna stond hij op, bedankte me voor het gesprek en raadde me aan een zelfde soort briefje in het boek achter te laten voor mijn volgende boekendate. Hij liet me verbouwereerd achter in het café.

Ik nam me voor om het zelf ook eens te proberen en liet een briefje in het boek achter met een datum voor een maand later. Tegelijkertijd ging ik op zoek naar nog een boek met een briefje in de Boekspot. Ruim twee jaar lang had ik zo nu en dan een boekendate op deze manier. Iedere keer stelden we ons voor met een andere naam, we bespraken het boek en met een briefje in het boek achterlatend plaatsten we het terug in de Boekspot. Sluipvoet ben ik later nog drie keer tegengekomen. 

Zo sprak ik o.a. af met Aslan, meneer Pijpetoon en Miss Marple. Ik stelde mezelf afwisselend voor als Hermelien -mijn jeugdboekenheldin- en als Bridget Jones, want zo voelde ik me destijds. Ook mister Gatsby, Beowulf, Minoes, Mad Hatter en Hercules passeerden de revue. Iedere keer spraken we af in café Olivier in Utrecht, want bier drinken in een oude kerk voelt op zichzelf al als een scène uit een boek. 

Met de verbouwing van Hoog Catharijne verdween de Boekspot en daarmee ook mijn geheime boekengenootschap. Niemand wist wie het ooit was begonnen en niemand weet hoeveel mensen er aan hebben meegedaan. Soms blader ik nog weleens door de boeken bij de Boekwissel op het perron bij Utrecht Centraal, maar ik ben geen geheime afspraken meer tegengekomen. 

Vorig jaar rond deze tijd, in januari, was er een lockdown en stond ik buiten in de rij voor de Broese, de boekhandel in Utrecht. ‘Als dat Hermelien niet is,’ hoor ik achter me. ‘Nee papa, dat is Hermelien niet,’ zegt een klein meisje. Achter me staat Sluipvoet met zijn dochter. Ik lach verbaasd. ‘Dat is toevallig. Ik kom een boek terugbrengen,’ zeg ik, gewoon om iets te zeggen. Want waar moet ik over praten nu ik hem jaren later, zonder de vaste zetting van een boekbespreking, zie. ‘Ik ook,’ zegt hij. Zijn dochter houdt het omhoog. ‘Dat is inderdaad toevallig!’ roept ze uit. ‘Ruilen?’ Dat lijkt ons een goed idee. We ruilen het boek. We stappen uit de rij. 

‘Dag Hermelien,’ zegt Sluipvoet. ‘Dag Sluipvoet,’ zeg ik en ik kijk naar zijn dochter. ‘En hoe mag ik jou noemen?’ Ze geeft me plechtig haar gehandschoende kinderhand: ‘Hedwig.’ Ik kijk hem aan, hij haalt zijn schouders op en glimlacht. Ik glimlach terug en schud de kleine meisjeshand.

‘Dag Hedwig.’

Geheime boekengroet van mij, Janneke

*I.v.m. griep verschijnt op hoewashetopschool.com deze week het verhaal ‘Mijn geheime boekengenootschap’. Het is een verhaal dat vorig kalenderjaar al (in een aangepaste versie) verscheen op jannekeleerink.com 

De Club der Buitenbeentjes – Stefanie Sybens – Tip van Heleen

“Je kunt niet blijven wegrennen van alles”, riep Julie me na, maar ik reageerde niet.  

Kan ik vast wel.

Maddie wordt door haar moeder naar Camp Mind gestuurd om te leren omgaan met haar angstaanvallen. Een zomerkamp van twee weken samen met ‘een bende andere gekken’. Maddie is ervan overtuigd dat dat niet goed af zal lopen. Na het afscheid van haar moeder en het inleveren van haar telefoon weet ze het zeker, ze heeft niemand meer.

Moet je als lezer gewaarschuwd worden voor de heftigheid waarmee Maddie alles beleeft? Paniekaanvallen worden gedetailleerd beschreven en de beschadigingen die Maddie bij zichzelf aanbrengt liegen er niet om. Ook Maddies vrienden, ja die vindt ze, gaan door een proces dat de lezer niet tijdens iedere schoolpauze zal herkennen. De titel van het boek en de tekst op het kaft zal een lezer met specifieke interesses uitnodigen. Zelf werd ik, bij mijn zoektocht in onze mediatheek gevangen door het woord ‘kamp’ en stiekem ben ik heel graag een buitenbeentje.

De Club der Buitenbeentjes vertelt de verhalen van beschadigde jongeren, die elkaar vinden in bijzondere vriendschappen. Het vertelt ook over ontluikende liefde en herkenbare onzekerheden. Stefanie Sybens stelt je gerust als je met de hoofdpersonen ervaart dat je zelf de grip op je leven kunt hervinden. Dat er mensen zijn die je zien en je met praktische aanwijzingen op een juist spoor kunnen zetten.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat kwetsbare jongeren zo makkelijk aan drank en drugs kunnen komen, op een plek die zo ingericht is op werken aan jezelf. Aan de andere kant denk ik dat het ook een realistisch scenario is. Soms moet je iets laten gebeuren om verder te gaan. Als het kamp is afgelopen zou je iedereen wensen dat het leven daarna alleen nog maar makkelijker wordt. Of het echt zo werkt, kun je je afvragen. Misschien had ik dat daarom bij Maddie wel helemaal niet willen weten.

In de vormgeving vind ik dat de kampvuurtjes boven ieder hoofdstuk een kinderlijkheid doen verwachten die je niet gaat terugvinden. Die kampvuurtjes mogen er wat mij betreft uit. Wat ik ga bewaren uit dit boek, zijn de citaten van F. Scott Fitzgerald, aangehaald door boekenwurmen Maddie en Alex. 

“ Een tedere nieuwsgierigheid”, hoe mooi is dat.

Mijn leeftijdsadvies: 15+ | Uitgever: Hamley Books | Auteur: Stefanie Sybens | Verschenen: 9 juni 2022 | Prijs: €20,99 | Hier te bestellen

De club der Buitenbeentjes staat op de groslijst van de jonge jury

Wie het verste piesen kan – Heleen

Lieve Janneke,

Je wist denk ik al dat ik het fijn vind om regelmatig muziek te draaien in mijn lessen. Het is lekker binnen komen als er muziek speelt, bovendien lenen Nederlandse teksten zich heel goed voor een lesje spelling of grammatica. Spelling en grammatica zijn niet perse de meest opwindende onderdelen van ons vak, dus de hulp van Nederlandse artiesten is welkom! Ook niet onbelangrijk: ik voel een verantwoordelijkheid in de culturele opvoeding van onze leerlingen. Frits Spits is het vast met me eens.

Mijn LTS-klas (1 basis/kader) kwam binnen terwijl Racoons ‘Echte vent’ klonk. Ik speelde het af via Youtube, zodat het mooie clipje ook te zien was. “Mevrouw, mogen we nog een keer kijken?” Ik kon aankondigen dat we dat zeker zouden doen. We ploeterden een lesje grammatica woordsoorten door, voor het eindelijk zover was. Bij het eerste coupletje en refrein werden de werkwoorden onderstreept, dat was goed te doen. Daarna moest de tijd van werkwoorden veranderd worden. Best handig om dat te doen, want dan zie je gelijk of werkwoorden wel écht werkwoorden zijn en niet stiekem zelfstandig naamwoorden. De opgave werkwoorden te veranderen in andere werkwoorden bleek inderdaad een opgave.

‘Op vertrouwen’ zou je kunnen veranderen in ‘op rekenen’, aardig bedacht. ‘Bewaard’ zou een goede vervanger zijn voor ‘gehouden’ en als je ‘geven’ vervangt door ‘schenken’ ben je deftig bezig, vonden de veertien jongens. “Mevrouw, u kunt ook wel weer eens een kopje thee inschenken”, opperde iemand. “Dat is inderdaad een goed idee voor een volgende keer, maar als we nu even verder gaan hebben we straks nog tijd voor voorlezen.” 

“Dus zeg me wie het verste piesen kan…” Iedereen was plotseling supergemotiveerd en niet alleen vanwege het voorlezen. Wist je dat je voor piesen heel veel andere woorden kunt bedenken? Ook woorden die jij en ik nog nooit gehoord hebben? Deze briljante piesvervangers werden vol vuur vervoegd in alle mogelijke tijden en varianten. Terwijl ik het boek pakte en bladerde naar de juiste bladzijde werd er geopperd om naast het metaalvissen, die afspraak stond al een tijdje, ook een wedstrijd verpiesen te gaan houden. Iemand vroeg zich nog af hoe ík dan ook mee kon doen, want anders zou het sneu zijn.

Het bord ging uit, de klas in standje voorlezen. Na een halve bladzijde ging een vinger omhoog: “mevrouw, mag ik even naar de wc? Ik moet echt heel nodig piesen!”

Groetjes, Heleen

Bekijk hier de videoclip van Racoons lied ‘Echte vent’ op youtube.

Nieuwsgierig naar het voorleesboek van Heleen? Klik hier om haar recensie te lezen over het boek Mot en de Metaalvissers.

Autumnville – Rick Meijer – Tip van Janneke

Waarom staan de klokken in Hugo’s leven stil, zijn zijn boterhammen doorweekt en lijken zijn ouders zich vreemd te gedragen? Een voortdurende onrust in Hugo lijkt te worden veroorzaakt door een zoektocht vanuit zijn onderbewuste. Maar naar wát is hij dan op zoek? Autumnville is een boek met een gejaagd karakter, waarin de lezer voortdurend in eenzelfde staat van verwarring lijkt te zijn als de hoofdpersoon. Gissend naar ‘het onbekende’ worden er ongrijpbare scenario’s opgeworpen vol geesten en duistere gedachten.

Hugo is een onbegrepen jongen, die het liefst zijn tijd doorbrengt op de zolder van de boekwinkel die ooit van zijn grootvader was. Fantasie en werkelijkheid lijken in zijn leven door elkaar te lopen in een aaneenschakeling van deels gelezen- , deels verzonnen-, deels waargebeurde verhalen. Wanneer hij op een doodgewone avond voor het eerst alleen de winkel af mag sluiten gebeurt er iets ongewoons. Wanneer Hugo de sleutel in het slot steekt hoort hij een meisje vanaf de zolder zijn naam roepen, maar Hugo weet zeker dat daar niemand is.

Het is duidelijk dat schrijver Rick Meijer een filmische denker is. Hij heeft allemaal stilistische vondsten ingezet om extra sfeer op te roepen. Zo worden er gedurende het hele verhaal veel flashbacks gebruikt die heel beeldend zijn beschreven. En aan het einde van het verhaal volgen meerdere plottwists, o.a. in de vorm van krantenknipsels en politierapporten. Ook Ricks keuze om met zijn band muziek te componeren, die bij het griezelige karakter van het verhaal past, is erg origineel. Op sommige plaatsen zijn de paginanummers vervangen door een muzieknoot, om duidelijk te maken dat de muziek passend is bij deze scene. Het zijn misschien wat veel vondsten bij elkaar, maar ik kan het wel waarderen dat alles uit de kast getrokken is om sfeer en spanning te creëren. 

Het taalgebruik heeft, volgens mij onbedoeld, iets kinderlijks. Het voelt alsof er met een (te) kleine variëteit aan woorden is geprobeerd om poëtische en diepzinnige zinnen te schrijven. Het beoogde resultaat was vermoedelijk een mysterieus verhaal met bloemrijk taalgebruik, maar een boek met gekunstelde metaforen en anglicismen is het resultaat. Toch denk ik dat slechts de zeer gevorderde lezers zich hieraan zullen storen. Kinderen hebben doorgaans ook een beperktere woordenschat en weten het wellicht op waarde te schatten dat er binnen hun eigen bereik naar ongebruikelijke vergelijkingen is gezocht. Dit verhaal verrijkt het taalgebruik van de lezer niet, maar het leest wel makkelijk weg en bevordert daardoor alsnog het leesplezier bij de jonge lezers. Mede bepaald door het taalgebruik zou ik het boek eerder aan de leeftijd 12+ adviseren dan aan de geadviseerde 15+. 

Kortom, ik hoop dat Rick bij zijn volgende boek het verhaal gewoon het verhaal laat zijn en daarbij minder de behoefte voelt om zijn zinnen te verfraaien, want dat heeft dit huiveringwekkende plot echt niet nodig. Voor eerste- en tweedeklassers die van een Twilight-achtig sfeertje houden is Autumnville een lekker spannend boek waarin onverklaarbare dingen lijken te gebeuren. De bijbehorende muziek draagt aan dat sfeertje bij. De knipsels en rapporten aan het einde van het boek leveren, ondanks de open eindjes, een origineel en onverwachts slot op. En de cover-illustratie van Sophie Pluim is zoals altijd prachtig en nodigt uit om dit duistere boek te lezen. 

Het is een plot met veel potentie, maar het verhaal voelt hier en daar nog wat ongepolijst aan. Autumnville voelt daardoor als een stevige opmaat naar een eigen geluid binnen de huidige jeugdliteratuur. Ik ben benieuwd naar Ricks volgende boek.

Mijn leeftijdsadvies: 12+ | Uitgever: Ploegsma | Auteur: Rick Meijer | Illustrator: Sophie Pluim | Verschenen: 30 november 2022 | Prijs: €15,99 | Hier te bestellen

Klik hier om de afspeellijst te beluisteren die speciaal voor het boek Autumnville is gecomponeerd. 

‘Kom jij uit de vorige eeuw?’ – Janneke

Ha Heleen!

‘Wacht ik zet m’n bril even op,’ zeg ik, terwijl ik een beoordeling in magister in wil voeren, ‘ik kan het zo niet lezen.’ Ik word verbaasd aangekeken: ‘Jeetje, dan ben je echt veel ouder dan ik dacht.’ ‘Hoe oud denk je dat ik ben?’ Ik trek een wenkbrauw en een mondhoek op. ‘Ja, wow… euhm… Kom je nog uit de vorige eeuw ofzo?’

Ik grinnik en kijk haar verrast aan, maar ze meent deze vraag echt. Geen grapje, puur interesse. Dan realiseer ik me dat ik écht uit de vorige eeuw kom. En dat m’n leerlingen dit blijkbaar een reële vraag vinden aan iemand die ze tussen de 20 en 35 jaar oud schatten. Poeh, ik blijk ook ouder dan ik zelf dacht. Met dit besef rol ik het nieuwe jaar in. Het is 2023. En ik kom nog uit de vorige eeuw. Bouwjaar: 1991.

Een andere eeuw… het klinkt alsof ik zo in de geschiedenisboeken thuis hoor. Ik moet even denken aan mijn moeders opa, die samen met zijn tweelingzusje precies rond de eeuwwisseling geboren werd. Zij op 31 december 1900 en hij op 1 januari 1901. Zo ging deze piepjonge tweeling de geschiedenisboeken in. Of nouja… in ieder geval gingen ze de plaatselijke krant ‘De Friese Koerier’ in. Een tweeling, bestaande uit één kind uit de 19e eeuw en eentje uit de 20e eeuw. Twee totaal verschillende tijdperken.

Tijdens mijn studie werden de tijdperken en stromingen in de kinderliteratuur behandeld. Verrast zag ik dat mijn eigen jeugdboeken inmiddels ook officieel tot een ‘stroming’ en een ‘tijdperk’ behoren in plaats van tot de hedendaagse jeugdliteratuur. Thea Beckman, Anke de Vries en J.K. Rowling. In mijn beleving een tijd van historische avonturen, maar ook een tijd waarin eigentijdse verhalen bol stonden van ernstige problematiek, zoals mishandeling en anorexia. Daar lijnrecht tegenover ontstond een toverscholen- & fantasybeweging. Een categorie verbeeldingsliteratuur die ik zelf als kind een verademing vond, naast al die eigentijdse ellende.

Kinderliteratuur geeft -meer nog dan volwassen literatuur- veel prijs over de tijdsgeest. Het zijn immers de kinderen die we levenslessen willen meegeven over de wereld om hen heen. Het verbaast me daarom niet dat de boeken uit mijn jeugd inmiddels ook een ‘eigen categorie’ vormen. Dat Harry Potter niet meer helemaal van deze tijd is, is natuurlijk -hoe pijnlijk ook- net als de tv-serie Friends al een poosje duidelijk. Het geeft een glashelder tijdsbeeld waarin diversiteit, zowel qua gender als culturele achtergrond, slechts beperkt bleef tot wat stereotypes of zelfs totaal werd genegeerd. Niet belangrijk genoeg. Maar ook de boeken van Thea Beckman zijn -hoe tijdloos ze in eerste instantie ook lijken- doorspekt met een duidelijk links-communistisch wereldbeeld. Wat het meest duidelijk wordt in het eerste hoofdstuk van mijn Beckman-favoriet De kinderen van moeder aarde. 

Om nog maar niet te spreken over het bijzonder komische griezelgenootschap dat naast pareltjes ook hele gekke verhalen schreef. Het doel was om gezellige, griezelige boeken te schrijven, door het genootschap zelf ook wel ‘griezellig’ genoemd. Onder leiding van Paul van Loon kwamen acht schrijvers eens in de zoveel tijd samen in een kasteel, om elkaar daar ‘s nachts griezelige horrorverhalen te vertellen. De beste  werden opgeschreven en gepubliceerd in hun tamelijk briljante verhalenbundels. Mijn vriend herinnert zich nog levendig een verhaal over een man die vrouwen vermoordt, opensnijdt en in hun baarmoeder kruipt om zich daar weer net zo geborgen te voelen als een baby bij zijn moeder. Wel griezelig, niet per se gezellig. Tegenwoordig vinden we dat niet meer echt geschikt voor de basisschool en krabben we ons bij dergelijke verhalen toch even achter de oren. In de jaren negentig vonden we dat alles bespreekbaar moest zijn en benoemd kon worden, ook tegen kinderen. De ruwe randjes. Het kon niet gek genoeg. Uit diezelfde alles-moet-kunnen-stroming zijn immers ook heel wat wonderlijke vpro-kinderseries voortgekomen. Ik noem maar even iets: de serie Purno de Purno, waarin een paars mannetje zich door een pornografisch landschap beweegt.

In wat voor tijdperk zijn we nú dan aanbeland in de jeugdliteratuur? Dat is, als je er nog middenin zit, altijd moeilijk te zeggen. En ik ben ook zeker geen expert. Het valt me wel op dat jeugdliteratuur steeds vaker wordt gebruikt om minderheden een stem te geven. Er zijn steeds meer queer-verhalen, black-live-matters-boeken en eigentijdse coming-of-age-boeken waarin niet zozeer een groot probleem maar het opgroeien zelf centraal staat. Er zijn veel politiek georiënteerde boeken te vinden met een activistische ondertoon. In het bijzonder een tak dystopische verhalen, waarin hedendaagse problematiek rondom milieu en overbevolking worden uitvergroot. En er is een hard groeiende categorie met frisse, jonge jeugdthrillers. Ik moet echt hard mijn best doen om up to date te blijven, maar ben wel erg enthousiast over het aanbod.

Gelukkig overkomt dit blijkbaar veel docenten binnen hun eigen vak. Mijn ooit zo rebelse en vooruitstrevende moeder is beeldende kunst docent en vertelde dat ze zich deze kerstvakantie in het Stedelijk museum realiseerde dat ‘haar’ moderne kunst, daar inmiddels tot de kleine afdeling ‘oude’ moderne kunst behoort. Matisse is naast vooruitstrevend inmiddels ook gewoon een soort ‘oude meester’. Over oude meesters gesproken, mijn moeder is met haar kunstlessen weliswaar een ‘oude rebel’ maar nog altijd met een hang naar nieuw en anders.

‘Ik kom inderdaad uit de vorige eeuw,’ zeg ik trots. ‘Ik weet nog dat de Harry Potter-boeken verschenen en we daar ‘s nachts om 00.00 uur voor in de rij stonden bij de boekhandel. Ik was fan van de Spice Girls en crop tops waren in. Dus ja. Ik ben een kind van de jaren negentig en begin tweeduizend.’ ‘Dat verklaart veel’ ‘O ja?’ ‘Ja, hoe zal ik dat zeggen. Jij bent soms zo retro.’ Ik kan niet meer stoppen met grinniken tijdens dit gesprek.

‘Heb je geen foto van jezelf?’ Ik laat een foto zien van mezelf -verkleed als Hermelien- in de brugklas. ‘Hee! Je droeg flared jeans!’ Ze paradeert even heen en weer om haar eigen flared jeans te laten zien: ‘Die draag ik ook.’ We komen samen tot de conclusie dat de mode van nu deels vergelijkbaar is met de mode van mijn tienertijd. De bel gaat. ‘Trouwens,’ zegt ze nog voor ze zich omdraait en de klas uitloopt, ‘Leuk je make-up zo. Die eyeliner. Zo nineties.’

Terwijl ik m’n eyeliner verbaasd in m’n selfiecamera van m’n telefoon bekijk besluit ik me op te geven voor de cursus hedendaagse jeugdliteratuur. Uit welk tijdperk je ook komt, vorige eeuw of niet, het is altijd goed om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. Mocht dat toch niet helemaal lukken, dan is het in ieder geval geruststellend om te weten dat zelfs nineties make-up, als je maar lang genoeg wacht, gewoon weer in de mode komt. 

Groetjes vanuit de nineties, Janneke

Zes seconden, de laatste afrekening – Daniëlle Bakhuis – Tip van Heleen

In het kader van mijn wens om ‘boeken van de jonge jury’ te lezen, voor de boekentips van onze blog, gaf Kinderboekwinkel De Toverlantaarn me deze jeugdthriller van Daniëlle Bakhuis mee. Ik dacht dat ik liever psychologische drama’s dan thrillers las, maar als deze genres spannend tegen elkaar aan schurken heb je aan mij geen kind!

Het motto van het boek is verwoord in een citaat uit Alice in Wonderland (óók een tot de verbeelding sprekend boek). Hoewel mijn aandacht daardoor gelijk geprikkeld werd, had ik het motief niet gelijk te pakken. Dat is voor een meer gevorderde lezer wel fijn, je mag heus wel een beetje je best doen, en voor een jonge of beginnende lezer doet het geen afbreuk aan het leesplezier.

De laatste afrekening is het vervolg op Zes seconden, uitgebracht in 2020. Dit eerste deel vertelt over de Afrekening. Tijdens het Feest worden gemaskerde jongeren uitgedaagd voor veel geld en met veel geweld. Natuurlijk lopen zulke uitdagingen uit de hand. Zeker als gratis drank en drugs én anonimiteit persoonlijke keuzes beïnvloeden. Zes seconden heb ik zelf niet gelezen, maar het zou me geholpen hebben bij het herkennen van personages die er bij De laatste afrekening voorbijkomen. Voor het verhaal begint wordt er in het kort verteld wat er in Zes seconden gebeurde. Ik heb een paar keer teruggebladerd naar deze introductie, maar het duurde even voor ik het gevoel kreeg grip te krijgen op het verhaal. Ik raad je dus aan het eerste deel te lezen voor je aan De laatste afrekening begint.

“Wanneer je dingen niet meer onder controle hebt, moet je ermee ophouden.” 

Als je in een plaats woont waar niet zoveel interessante dingen gebeuren, lijkt het fantastisch als je geselecteerd wordt voor een geheimzinnig gezelschap. Deelnemers geven elkaar opdrachten die precies zes seconden duren. De opdrachten worden gefilmd en gedeeld, degene met de meeste likes is natuurlijk de held. Tess en haar vriendin Nina horen bij dit selecte gezelschap. Nina is er nogal op gericht een illegaal Feest te organiseren, zoals eerder door ouders en politie verboden werd. Tess sluit zich aan bij haar plannen, ondanks waarschuwingen en onderbuikgevoelens.

Tess is een meisje met allerlei angsten, die zelfs genummerd zijn. Over die angsten en de achtergronden daarvan had ik nog wel wat meer willen lezen. Haar zus zit in de gevangenis, op vrijdagmiddag bezoekt ze haar met hun vader. Tess heeft niemand verteld over de straf van haar zus en ook over haar moeder, die uit haar leven verdwenen is, laat ze niet veel los. De geheimen en maskerade versterken de angst en onzekerheid en leiden tot allerlei verdenkingen om grip te krijgen op de situatie.

Groepsdruk en vertrouwen zijn belangrijke thema’s in deze spannende jeugdthriller. Een vleugje liefde en het realistische gegeven van jongeren die op zoek gaan naar een uitdaging om hun leven interessant te houden, maken dit tot een fijn boek! Het plot verraste mij, misschien was ook hier het lezen van deel één wel fijn geweest. De woorden waar mee afgesloten wordt, kun je ervaren als die van een gestoorde gek of die van een moralist, die je wijst op je eigen verantwoordelijkheid. Fijn om dat zelf te interpreteren.

“Misschien houd ik je op dit moment wel in de gaten. Misschien sta ik over zes seconden al naast je.”

Mijn leeftijdsadvies: 13+ | Uitgever: Ploegsma | Auteur: Daniëlle Bakhuis | Verschenen: juni 2022 | Prijs: € 15,99 | Hier te bestellen

Dit boek staat op de groslijst van de jonge jury