Leidend onderwerp – Heleen

Hai Janneke,

Het hoogtepunt in ons curriculum is toch altijd grammatica! Aan het nut van het leren van dit kunstje kun je twijfelen, daar sluit ik me dan van harte bij aan. Dat grammatica nog iets heel anders kan betekenen voor de lessen Nederlands beleefde ik nog niet zo lang geleden.

Wat helpt is je leerlingen deelgenoot te maken van je weerzin tegen grammatica. Een schepje er bovenop kan heus geen kwaad. Om de materie een beetje kleur en betekenis te geven spelen situaties in de klas altijd een rol in mijn grammaticalessen. De namen van leerlingen in oefenzinnen helpen bij het alert blijven. Je wilt toch weten waar het over gaat als jouw naam genoemd wordt.

Wie er precies met deze heldere ingeving kwam, weet ik niet meer, maar het gebeurde bij het uitleggen van het lijdend voorwerp. “Een voorwerp is toch een ding, mevrouw?” “Ja, dat klopt, scherp van je.” “Maar dan klopt het dus niet!” “Kun je dat uitleggen?” “Nou, als je vraagt wie of wat plus werkwoordelijk gezegde plus onderwerp, dan kan er toch niet altijd een voorwerp uitkomen? Dan zou je alleen moeten vragen wát plus werkwoordelijk gezegde plus onderwerp. Anders is het niet altijd een voorwerp en het heet het lijdend voorwerp.”

Na een goed verhaal over dat grammatica waarschijnlijk bedacht is met een wiskundig brein, probeer ik weer verder te gaan met de les. “Een wiskundig brein is voor mij niet te volgen, dus zullen we het maar gewoon accepteren?” Misschien was het het woord accepteren waardoor plotseling meer puberbreinen ontwaakten. “We snappen het denk ik veel beter als we nieuwe afspraken maken. Het onderwerp bepaalt wat er gebeurt in een zin, toch? Dan kun je die toch veel beter het leidend onderwerp noemen?” Er wordt instemmend geknikt. “En als je een leidend onderwerp én een lijdend onderwerp hebt begrijpen we het echt veel beter, mevrouw.”

“Wat het ook veel makkelijker zou maken is dat u gewoon de zinnetjes uit het boek gaat gebruiken.” “Ja, zo’n zinnetje dat we bij de Albert Heijn een grote zak chips kopen, maakt ons eigenlijk alleen maar in de war.” “Ja, want bij de Appie koop ik bijna nooit chips en al helemaal niet met hém, meestal gewoon frikandelbroodjes.” ”Óf chocoladekoekjes, maar dat is vooral als ú er om vraagt.” “Zijn er eigenlijk nog koekjes, daar heb ik best wel zin in, of heeft u die weer allemaal zelf opgegeten?”

“Mevrouw Zoethout geeft alle leerlingen een chocoladekoekje, dát zou een mooie oefenzin zijn.” “Mevrouw Zoethout is dan het leidend onderwerp en een chocoladekoekje is dan het lijdend onderwerp.” “Maar het is toch ook wel zielig als ze die koekjes allemaal uit moet delen, dan zou Mevrouw Zoethout ook wel het lijdend onderwerp kunnen zijn.” ”Kunnen er eigenlijk wel twee lijdend onderwerpen in een zin staan, terwijl er dan geen leidend onderwerp is?”

Terwijl ik een pak chocoladekoekjes openmaak bedenk ik me dat het in ieder geval gelukt is de leerlingen alert te laten zijn. Ik heb ook zomaar het gevoel dat ze deelgenoot geworden zijn van een grammaticahoogtepunt. Dat een wiskundig brein dat misschien toch iets anders bedoeld had, accepteer ik met mijn mond vol.

Hee en hoe is het daar op je mooie school? Mag je daar wel op chocoladekoekjes trakteren of maak je speciaal glutenvrije banaankokosbaksels? Het wordt toch de hoogste tijd dat ik eens bij je kom kijken!

Voor nu knuffels uit het hoge Noorden!

Liefs Heleen

Afbeelding: Rutger bakt – ‘Chocolade koekjes’ uit de Koekjesbijbel.

Winactie: Moordgids voor lieve meisjes – Holly Jackson

Een goed boek is, wat ons betreft, één van de leukste cadeaus die je kunt krijgen. Met de feestdagen voor de deur is het tijd voor cadeaus. Met onze adventskalender tellen we af tot de kerstvakantie en kun je elke week een ander mooi boek winnen. 

Deze week kun je Moordgids voor lieve meisjes van Holly Jackson winnen. Je hebt een week de tijd om te reageren via onze instagram-pagina. Op 1e advent, zondag  27 november 2022, maken we de winnaar bekend.

Moordgids voor lieve meisjes is het eerste deel van een populaire boekenreeks die viral ging op tiktok. Het gaat over Pippa Fitz-Amobi, een doodgewoon meisje dat in dit deel nog scholiere is. Ze doet voor haar profielwerkstuk onderzoek naar de knappe en populaire Andie Bell. Vijf jaar eerder werd Andie in haar examenjaar door haar vriendje vermoord. Het vriendje pleegde vervolgens zelfmoord en alle inwoners van het plaatsje Little Killton bleven geschokt en onwetend achter. Nog altijd is onduidelijk wat er precies is gebeurd. 

Deze ‘moordgids’ is een bloedstollende thriller over een tiener die op onderzoek uitgaat en al snel verstrikt raakt in haar eigen project. Ze ontdekt geheimen die het daglicht niet verdragen. En er is duidelijk iemand die deze geheimen liever verborgen had willen houden.

Hoewel de ‘lieve meisjes’ worden benoemd in de titel van het boek, is het absoluut geen meisjesachtig verhaal. Het is geschikt voor dames én heren. Liefhebbers van Mel Wallis de Vries kunnen hun hart ophalen. Deze spannende boekenserie smaakt ongetwijfeld naar meer en is geschikt voor iedereen die zin heeft in een spannende page turner

Ons leeftijdsadvies: 14+ | Uitgever: Volt | Auteur: Holly Jackson | Vertaler: H. C. Kaspersma | Verschenen: 3 februari 2022

Niet gewonnen, maar wel nieuwsgierig geworden naar dit boek? Klik hier om het boek te bestellen.

Joe Mellow – Cees van den Berg – Tip van Janneke

Vaak denk ik verlangend terug aan afgelopen zomer, toen ik op vakantie was in New Orleans. De stad waar de jazz geboren is. Toen ik het boek Joe Mellow zag staan, een jeugdboek over een oude jazzmuzikant uit Nola, werd ik uiteraard meteen nieuwsgierig. Is het mogelijk om de dikwijls onbegrepen jazzmuziek toegankelijk te maken voor de jeugd? Schrijver Cees van den Berg bewijst dat dat kan.

Van den Berg is zelf muzikant. Hij speelt basgitaar, contrabas en schrijft daarnaast sinds 2016 ook kinderboeken. In zijn eerder verschenen kinderboek Lotje Later stond de viool centraal en in Joe Mellow gaat het om een beroemde saxofonist en de drummende tiener Orlando. De vader van de verlegen Orlando belandt in het ziekenhuis na een bedrijfsongeluk. Orlando is ervan overtuigd dat zijn vader uit zijn coma zal ontwaken als hij zijn favoriete jazzheld Joe live zal horen spelen. Wanneer Joe naar Nederland is gekomen wacht Orlando een grote teleurstelling. Joe blijkt niet te zijn op wie hij had gehoopt. 

Meer nog dan over jazzmuziek, gaat het boek Joe Mellow over hoe iedereen zijn of haar eigen uitdagingen in het leven onder ogen moet komen. Orlando is een muzikale maar ook faalangstige jongen, die vaak niet uit zijn woorden kan komen. Joe Mellow was ooit een gevierd muzikant, maar kijkt inmiddels terug op een leven waarin hij wellicht andere keuzes had kunnen en moeten maken. Zowel Orlando als Joe uiten zich met woorden vaak onhandig, maar met muziek des te beter. 

Hier en daar worden thema’s aangestipt en niet uitgewerkt. Zo wordt een kort racistisch perspectief op de muziekbranche benoemd en zijn er pesterijen op school zonder duidelijk motief. Persoonlijk had ik dat graag uitgewerkt willen zien, maar aan de andere kant wordt het verhaal ook wel weer overzichtelijk nu die zijsporen niet zijn bewandeld.

Ik heb een kleine allergie voor volwassen schrijvers die proberen gedachten op te schrijven alsof ze zelf nog kind zijn en daarbij taalgebruik hanteren dat niet echt tienereigen is. Eerlijk gezegd heeft Cees daar ook een een handje van. Maar zolang het je niet stoort dat een dertienjarige dingen zegt en denkt als ‘noordelijk halfrond’, ‘piekhaar’, ‘uitgaverapport’ of ‘ongelikte beer’, is het zeker een meerwaarde dat dit boek vanuit een ik-perspectief wordt geschreven. Waardoor we niet alleen goed meekrijgen wat Orlando voelt rondom de zorgelijke situatie van zijn vader of zijn faalangstige momenten, maar ook een kijkje krijgen in de dwarrelgedachten van een tiener die de hele dag muziek en ritmes in zijn hoofd hoort.

Hoewel het leeftijdsadvies -vermoedelijk vanwege de thematiek- wordt aangeraden als een 15+ boek, ben ik van mening dat het eerder een 12+ boek is. De zinnen zijn kort en de woorden zijn niet moeilijk. De korte hoofdstukken hebben allemaal een zorgvuldig afgebakende verhaallijn, waardoor je geen lange spanningsboog nodig hebt om je aandacht erbij te houden. Wat de thematiek betreft… het dealen met een comateuze vader wordt in het boek ook ondergaan door een dertienjarige, inclusief het dertienjarige perspectief, dus daar hoef je geen 15+ voor te zijn. Ongeacht de leeftijd van de lezer, twaalfjarig of zo oud als ik, wordt bovenal duidelijk dat de liefde voor muziek leeftijdloos is. 

Mijn leeftijdsadvies: 12+ | Uitgever: Lemniscaat | Auteur: Cees van den Berg | Illustrator: Monique Dozy | Verschenen: 26 juli 2022 |Prijs: € 14,99 | Hier te bestellen

Groente met een O: Aubergine! – Janneke

Lieve Heleen,

Vorig jaar ontdekte ik in jouw taalspelletjeskast  een door mij al lang vergeten klassieker. Het groeide uit tot mijn favoriete spel tijdens verloren lesminuten. Ik besloot het mezelf cadeau te doen deze zomer. Sindsdien is het onderdeel van mijn basisuitrusting op school.

Geloof het of niet, maar het goeie ouwe Pim Pam Pet is en blijft een klapper. Zowel bij mij, als bij m’n leerlingen. Regelmatig beloof ik ze een paar spelminuten aan het einde van de les, mits ze goed hebben doorgewerkt.

Doorgaans stel ik onder begeleiding van Het Rad van Fortuyn-muziek een assistent aan die aan het rad(je) mag draaien en dubieuze antwoorden controleert. We gaan deze keer goed van start. Een schrijver met een A: Annie M.G. Schmidt. Iets wat geluid maakt met een B: Bladblazer. Hoppa! Dan komt ‘een groente met een o’ voorbij en in het heetst van de strijd schreeuwt een leerling: ‘Aubergine!’ Er valt een verwachtingsvolle stilte, gevolgd door gegrinnik. 

‘Mijn hemel. Wie. Was. Dat?’ vraag ik diep geschokt. ‘Ik niet, ik niet!’ gillen de jongens en meisjes voor m’n neus, terwijl ze de schuldige aanwijzen. ‘Ja, ik ben dyslectisch. Ik weet zulke dingen niet hoor,’ grijnst hij schouderophalend. ‘Ja, ik ook,’ ik wuif zijn excuses weg. ‘Maar kom op… aubergine met een o?! Wie nog één keer zo’n soort antwoord durft te roepen, plak ik achter aubergine-kleurig behang.’ Even later moet er een huisdier met een K worden genoemd. De mogelijkheden zijn eindeloos: kat, konijn, karper, koe, krekel… ‘Cavia!’ roept een meisje uit een ander team. Ik zet de muziek weer uit, ik zucht diep: ‘Dames en heren. Mijn hart huilt.’ 

Wanneer de hilariteit een beetje is bedaard, vragen de leerlingen om nog één laatste ronde, ‘want anders wordt het deels gelijkspel’. ‘Vooruit nog eentje dan,’ geef ik toe. ‘Maak me trots. Dit laatste kaartje levert drie extra punten op. Alles in de einduitslag kan nog veranderen.’ Ik zet de muziek weer aan, ik pak een kaartje: ‘Iets dat groeit. Ik herhaal. Iets dat grrrrrrroeit.’ Ik hoor hoe mijn assistent het wieltje draait, het tikken houdt op, de letter is gekozen. Nog niets vermoedend brult hij met een showstem: ‘Met een P!’

‘PIEMEL!’ Met zijn vuisten in de lucht springt mijn dyslect in de lucht. ‘Jaaaa, piemel is goed, hè Janneke?! Zeg dat het goed is!’. Welja, denk ik dan, waarom ook niet? ‘Jazeker. Bravo!’ roep ik geamuseerd. ‘En daarmee heeft het piemelteam gewonnen!’. De andere leerlingen lachen en het piemelgroepje doet een uitbundige vreugdedans, alsof ze zojuist het WK-voetbal hebben gewonnen. 

‘Goed, luister,’ zeg ik tot slot, terwijl ik de bulderlachende klas tot kalmte maan. ‘Ik wil de heren graag feliciteren met deze schitterende overwinning tijdens de PimPamBattle en daarmee sluit ik deze les af.’ Onder begeleiding van een bescheiden applaus staan ze op om naar de deur te lopen. ‘O ja, nog één ding,’ zeg ik tegen de berugzakte ruggen, ‘Volgende keer besteden we aandacht aan het hoofdstuk spelling.’

Liefs! Janneke

Nachtvlucht – Eva Burgers – Tip van Heleen

Nachtvlucht, een spannend verhaal over vriendschap en pijn van vroeger.

“Aan het eind van een felverlichte tunnel zag ik ineens een donkere gedaante opdoemen. Ik hield mijn adem in, vertraagde mijn pas en focuste mijn blik op de persoon tegenover me.”

Nachtvlucht vertelt het verhaal van vier vrienden die op onderzoek gaan als de oom van één van hen, Oliver, is aangevallen. De dreiging komt dichtbij. Ook in het vakantiehuisje, waar ze zich terugtrekken om hun onderzoek op een veilige stand voort te kunnen zetten, voelen ze zich niet veilig. De aanval op de oom lijkt een link te hebben met mensen uit een crimineel circuit, waar de vrienden tijdens een vorig mysterie mee geconfronteerd werden.

Nachtvlucht is het tweede deel van de serie jeugdthrillers waarin Rebel, samen met haar vrienden Lilly Linn, Kai en Oliver, op onderzoek gaat. Dit verhaal is afzonderlijk te lezen zonder het eerste boek, Afslag Zuid, gelezen te hebben. Er wordt verwezen naar wat de vrienden eerder met elkaar beleefden, maar vooral als achtergrondinformatie en niet noodzakelijk om Nachtvlucht te begrijpen. 

Door de wisselende perspectieven, monologen uit 1976, ‘ondertussen bij de recherche’ en de actuele ontwikkelingen door de ogen van Rebel, was mijn hoop op een literaire uitdaging misschien wat te hoog gespannen. Vooral de, schuingedrukte, scenes uit 1976 maakten me nieuwsgierig en leidden naar een verrassend plot. De logica van de, heel menselijk neergezette, rechercheurs vond ik wel wat erg eenvoudig en de beslissingen die er genomen werden op het knullige af. Het mysterie staat centraal en ik had het interessant gevonden nog meer mee te krijgen van de ontwikkeling van de karakters van Rebel en haar vrienden.

Ik denk dat ik een lezer ben met een bovengemiddeld leesniveau, ik schrijf zelf, ben kritisch en nog docent Nederlands ook. Vooral dat laatste, al zou mijn zure vorige alinea misschien anders doen vermoeden, maakt dat ik enthousiast ben over Nachtvlucht. Veel van ‘mijn’ leerlingen hebben de lezer in zich nog niet ontdekt. Ze denken dat lezen saai en moeilijk is. Juist voor deze leerlingen zou Nachtvlucht een verrassing kunnen zijn. De spanning in het boek is zo opgebouwd dat je wel door wilt lezen. De zinnen zijn niet te lang en met vaart geschreven en het boek is zeker geen enorme pil. De karakters en thema’s zijn herkenbaar. 13+ Is een geschikt leeftijdsadvies. De hoofdpersoon is 17 en doet veel meer dingen op eigen houtje dan de gemiddelde 13-jarige, maar is prima te volgen.

Nachtvlucht staat op de groslijst van de Jonge Jury. Op onze school organiseren wij graag leesprojecten rond de Jonge Jury. We stimuleren leerlingen kennis te maken met nieuwe jeugdliteratuur en proberen zelf ook op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen. @Ulbemediatheek (de instagram-pagina van onze mediatheek) wees me op Nachtvlucht en ik las het in één adem uit.

Mijn leeftijdsadvies: 13+ | Uitgever: Gloude | Auteur: Eva Burgers | Verschenen: 18 maart 2022 | Prijs: € 16,99 | Hier te bestellen

Soms vergeet ik mijn rol – Heleen

Lieve Janneke,

Heb jij ook wel eens dat je bijna vergeet welke rol je ook alweer speelt? Ben je de docent, de betrokken lerares, het mens of…

Eén van onze leerlingen, Thisev uit klas vier kader, heeft kort geleden slecht nieuws gekregen. Hij moest, na ruim vier jaar, het asielzoekerscentrum in Sint Annaparochie verlaten. Hij, zijn ouders, oudere broer en jongere zusje, moesten vertrekken naar een zogenaamde gezinslocatie. Daar hebben zij nóg minder vrijheid en bovenal nog minder uitzicht op een vrij en veilig leven. Thisev vluchtte in 2018 vanuit Sri Lanka, via Zwitserland naar Nederland. Met Ter Apel als tussenstop kwam hij terecht in Sint Annaparochie. Het AZC staat aan de weg naar onze school. Hier leerde hij onze taal spreken en maakte hij kennis met onze merkwaardige gebruiken en omgangsvormen.

Thisev doet dit schooljaar eindexamen vmbo-kader, tenminste… als hij dan nog in Nederland is. Hij heeft een print gemaakt van de opleidingen die hij wil gaan volgen om zijn doel te bereiken. Maar in een week tijd kan er veel veranderen. Vlak voor de herfstvakantie, jij had een weekje later vakantie dan ik, had ik Thisev en zijn broer Sandav bij mij thuis uitgenodigd. Ze wisten toen nog niet zeker dat ze overgeplaatst zouden worden naar het AZC in Burgum en waren erg gespannen. Misschien vergat ik wel even mijn rol, toen ik ze bij mij thuis uitnodigde. Misschien had ik het moeten houden bij taalsteun, les en af en toe een luisterend oor.

Na het gesprek met Thisev en Sandav, bij ons aan de eettafel, heb ik de pers benaderd. We hebben het verhaal van de familie verteld bij Omrop Fryslân. Natuurlijk hoopten we stiekem dat er iemand op zou staan die de beslissing wilde nemen de toekomst van deze kinderen veilig te stellen. Helaas werd de dag erna de familie, als waren ze gevaarlijke criminelen, in een gepantserd busje naar Burgum gebracht. Daar wonen ze nu met nog twee andere gezinnen in een huis en eigenlijk mogen ze de gemeentegrens niet over. Na wat telefoongesprekken is gelukkig afgesproken dat Thisev bij ons op school kan blijven en ook Sandav kan verder met zijn stage. Thisev reist met de bus en krijgt een rustige plek op school om zijn huiswerk te maken. ‘Thuis’ in Burgum is het, met 12 mensen in een huis, eigenlijk te druk om zich te concentreren.

In de gesprekken die ik voerde met en over Thisev en zijn familie heb ik me regelmatig geschaamd. Ik schaam me er soms voor dat ik , als Nederlandse, onderdeel ben van een systeem waarin er op deze manier met kinderen omgesprongen wordt. Hoe kan het zijn dat we gezinnen met kinderen meer dan vier jaar met z’n vijven in een caravan laten wonen tussen allerlei mensen die óók getraumatiseerd zijn… Hoe kan het zijn ze als boeven worden afgevoerd en overgeleverd zijn aan een systeem dat ze niet begrijpen, aan mensen die hun verhaal niet begrijpen? 

Het is niet aan mij om te beoordelen of dit gezin in Nederland kan blijven, volgens de geldende procedures. Ik heb nou eenmaal verstand van andere dingen en het is vast beter als ik de onduidelijkheid niet nog groter maak. Waar ik wél verstand van heb, of in ieder geval hart voor heb, zijn kinderen. Déze kinderen heb ik leren kennen als vriendelijk en hardwerkend. Ik gun ze een toekomst in vrijheid en veiligheid. Alle kinderen hebben recht op een toekomst en, welke rol ik dan ook heb, daarover houd ik me niet stil!

Liefs Heleen

Wil je meer weten over de situatie van Thisev? Bekijk hier de mini-reportage van Omrop Fryslân.

De storm van de echo’s – Christelle Dabos – Tip van Janneke

Nu de herfst begonnen is en de donkere maanden weer in aantocht zijn, is het tijd voor een boekenreeks waar je de hele winter mee op de bank kunt kruipen. De fenomenale spiegelpassante-reeks van Christelle Dabos is er zo eentje. Het laatste deel van deze Fantasy-serie is deze maand verschenen: De storm van de echo’s.

Christelle Dabos is in Frankrijk dé YA-bestseller schrijfster van dit moment. Toen uitgeverij Luitingh-Sijthoff besloot om De spiegelpassante naar Nederland te halen keek ik al een tijdje naar deze serie uit, omdat ik vernam dat het de ene na de andere jeugdliteratuurprijs won in onze buurlanden. Het maakte, zonder twijfel, alle verwachtingen waar. De liefhebbers van Harry Potter en Alice in Wonderland kunnen vier delen lang smullen.

Zoals de naam al doet vermoeden wordt er bij De spiegelpassante door spiegels gereisd. De wereld bestaat uit zwevende arken -vergelijkbaar met grote en kleine werelddelen- die in het universum zweven. Ieder met een eigen cultuur, klimaat en magie. In het eerste deel De ijzige verloofde is de eigenzinnige Ophelia uitgehuwelijkt aan Thorn, een reusachtige en kille man van een andere clan. Ophelia verhuist naar de ijzige ark van haar verloofde. Vanaf dat moment rolt ze in een leven vol intriges, politiek en vuile spelletjes. Haar gave om met haar handen de geschiedenis van voorwerpen te kunnen lezen wordt uitgebuit en langzaam ontrafelt ze de ware reden van haar gearrangeerde huwelijk. Wanneer er in de latere delen mensen verdwijnen en arken instorten, komen Ophelia en Thorn samen een gruwelijk geheim op het spoor. In De storm van de echo’s naderen we de ontknoping van hun zoektocht naar elkaar en hun poging om het noodlot van de arken te keren. 

Je moet je aandacht er goed bij houden, om alle complexe verhaallijnen te kunnen onthouden en begrijpen. Des te fijner is het dat deel 4 begint met een kort overzicht van de personages die er toe doen. De parallelle universums, complottheorieën en magische schemerzaken slaan je om de oren. En ondertussen maken we kennis met een reeks ongepolijste, ruwe en tegelijkertijd aandoenlijke personages. Geen doorsnee helden of standaard schurken. Een gemêleerd gezelschap vol tegenstrijdige gevoelens en herkenbare drijfveren. 

De vier delen zijn niet goed los van elkaar te lezen. Daarvoor is het verhaal te ingewikkeld. Je voelt het vast al aankomen: ik raad jullie eigenlijk de complete reeks aan. Ik ben me ervan bewust dat sommige mensen er tegenop kijken wanneer er meteen al zoveel delen klaarliggen, maar ik val zelf onder een hele andere categorie, namelijk: de lezers die des te meer genieten van een boek, wanneer je weet dat er nog zoveel moois op je te wachten ligt.

Waar deel 1 (De ijzige verloofde) nog vooral bestaat uit world-building en het introduceren van de personages, kondigt in deel 2 (De vermisten van Maneschijn) het grote, overkoepelende drama zich pas echt aan. In deel 3 (Het geheugen van Babel) krijgt dat drama concrete vormen, maar blijf je als lezer zitten met die ene grote vraag: hoe moet dit ooit worden opgelost? En in deel 4 (De storm van de echo’s) giert vanaf bladzijde één de spanning door je lijf tijdens het lezen, vanwege de naderende ontknoping. Ondertussen maken we in elk deel ook kleinere avonturen mee, zien we Thorn langzaam ontdooien en zien we Ophelia van een verlegen meisje uitgroeien tot een zelfbewuste vrouw.

Ik moet eerlijk zijn: het einde van deze magistrale boekenreeks stelt zeker niet teleur, maar smaakt nog steeds naar meer. Al dagen loop ik met onopgeloste vraagstukken rond en vraag ik me af hoe het verder zal gaan met de personages waar ik zo van ben gaan houden. Christelle Dabos is geen zoetsappige schrijfster, dus je kunt er niet van op aan dat het met iedereen goed af zal lopen. In het bijzonder wil ik ook nog even mijn complimenten uitspreken voor de uitstekende vertaling van Eef Gratama. Bij een taalvirtuoos als Dabos, staat of valt een anderstalige versie met de vertaling. 

Kortom, met een enthousiaste waterval van woorden probeer ik jullie uit te leggen wat ik van De spiegelpassante vind, terwijl het eigenlijk in één woord is uit te leggen: adembenemend.

Mijn leeftijdsadvies: 15+ | Uitgever: Luitingh Sijthoff | Auteur: Christelle Dabos | Vertaler: Eef Gratama | Illustrator: Laurent Gapaillard | Verschenen: 6 september 2022 | Prijs: €24,99 | Hier te bestellen

De blauwbilgorgel – Janneke

Ha Heleen,

Net zoals jij en ik ons eigen en elkaars columns redigeren, zo laat ik mijn leerlingen ook hun eigen werk en dat van elkaar nakijken. Maar het creatieve taalgebruik van mijn praatjesmaker uit de derde klas, wordt niet begrepen door de praktische dames naast hem. 

Zonder het zelf te weten is hij een woordkunstenaar. Hij zegt dingen als ‘Warimpel’ en ‘Liever een pindaatje in m’n hand, dan een duifje in de lucht’. De dames die hem helpen nakijken zijn echter niet te vermurwen: ‘Deze uitdrukking bestaat gewoon niet en er zijn woorden verkeerd gebruikt of verkeerd geschreven.’ Natuurlijk kan ik het strikt genomen ook niet goed rekenen. 

Toevallig volg ik op mijn studie momenteel een blok over taalontwikkeling en taalgevoel. We bespraken daar hoe we onze woordenschat opbouwen en hoe we een nieuw woord in ons mentale doolhof van woorden een plek proberen te geven, zodat in het vervolg het laatje met de juiste betekenis open gaat op het juiste moment. Een buitengewoon fascinerend proces, want er zijn ontzettend veel manieren om zo’n woord een plek te geven. En het is verrassend hoe vaak dat goed gaat. 

Toch kunnen creatieve geesten ook hele andere laatjes uitzoeken, op basis van bijvoorbeeld klank of associaties. Zoals hij en ik dat soms doen. Wat verrassende invalshoeken kan opleveren, maar soms slaan we de plank ook volledig mis. Ik vertel hem hoe ik op zijn leeftijd een tijdje dacht dat de vader van een vriend bakker was, omdat hij carrosserieën maakte. En hoe ik inflatie een veel te smakelijk woord vond voor zo’n negatieve economische betekenis. Mijn 14-jarige gesprekspartner kan zich helemaal vinden in het beeld van een ‘knapperige carrosserie’ met een ‘zoet vleugje inflatie’. Toch begrijpt hij wel dat het goed is dat ik deze bestaande woorden tegenwoordig goed gebruik. 

‘Maar soms hoef je een woord toch niet te begrijpen, of hoeft het misschien niet eens te bestaan, om te voelen wat er wordt bedoeld?’ ‘Oh zeker niet,’ zeg ik enthousiast. ‘Neem bijvoorbeeld één van mijn favoriete gedichten. Over de Blauwbilgorgel.’ Hij kent het niet, maar zoekt het op. ‘Nou dat bedoel ik, dus,’ zegt hij. ‘’Mijn vader is een porgel. Mijn moeder is een porulan.” Logisch dat daar alleen maar gekke kinderen van komen. Je zal het maar hebben, zulke ouders.’ Hij schudt wijs z’n hoofd: ‘Als het echt een goed gekozen woord is, vind ik dat we het moeten toevoegen aan ons woordenboek, in plaats van het fout te rekenen. Zoals de woorden haperbrein of stressbehendig. Dat we die woorden niet goed rekenen, vind ik een gemis in onze taal.’

Het doet me denken aan mijn beppe (Friese oma), die altijd zo uitgelaten genietend in haar handen kon klappen als we een nieuwe jurk, een prachtig taartje of een zelf geplukt boeketje lieten zien. ‘Beelderig!’ riep ze dan. Een contaminatie van beeldig en weelderig, maar dan net iets liever, iets romantischer. Nog altijd hebben mijn moeder, zusje en ik met enige regelmaat een moment waarop het woord beelderig voor ons de lading veel beter dekt dan welk ander woord dan ook. 

Mijn zusje was vroeger trouwens ook een ster in het bedenken van woorden. Zo zat ze ooit bedachtzaam in haar kinderstoel, ze krabde met een vinger aan haar wenkbrauw. Mijn moeder vroeg: ‘Wat doe je?’ Ze antwoordde doodgemoedereerd: ‘Ik heb jeuk aan m’n bronthouwer.’ Of toen ze ons, haar oudere broer en zus, woedend wilde uitschelden, maar voelde dat haar zesjarige-kleine-zusjes-vocabulaire nog niet toereikend genoeg was. ‘Ga weg, gukhak!’ riep ze, het was het ergste dat ze kon bedenken. En eerlijk is eerlijk, er is geen twijfel over mogelijk wat ze bedoelde. 

‘Oké, goed punt,’ zeg ik, ‘Laten we afspreken dat ik het goed reken wanneer je echt een schitterend woord hebt bedacht, dat de situatie meer eer aan doet dan welk ander bestaand woord dat kan doen.’ Triomfantelijk kijkt hij naar z’n buurvrouw aan de overkant van het gangpad, hij glimlacht als een ware Johny Bravo. Ik zie hem broeden. En dan opeens lijkt het of hij haar een ondeugend voorstel doet: ‘Zullen jij en ik gezellig samen “elkaars boekje opendoen” tijdens keuze-uur?’ Het is een charmeur. Toch zie ik daar als ‘ouwe’ docent de humor meer van in dan dat zijn jonge buurvrouw dat doet. Ze is niet onder de indruk. Zonder te lachen trekt ze één beelderige bronthouwer op. Op zwoele toon gaat hij nog even door: ‘Fictie bedrijven, elkaar overhoren, rampestampen?’. Ze kapt hem af en zegt laatdunkend: ‘Droom lekker verder. Je bent veel te rampestumper voor mij.’

‘Oeh, au!’ zeg ik tegen hem, ‘Ik vrees dat je zojuist een blauwbil-blauwtje hebt gelopen.’ Ik geef hem een hand, als blijk van waardering: ‘Wel leuk verzonnen. Blijf oefenen, dan kom je er wel.’ Laconiek haalt hij z’n schouders op. Hij houdt de eer aan zichzelf: ‘Nou, ik weet niet waar júllie aan dachten, maar ík wilde gewoon samen huiswerk maken.’ 

En zo ontlokt hij zijn buurvrouw toch nog een grijnsje. 

Toedeloe! Janneke

Nieuwsgierig naar het beroemde gedicht Ik ben de blauwbilgorgel van Cees Buddingh? Klik op de link om het te lezen.

Afbeelding: Basisschool Sint-Laurens

Brown girl dreaming – Jacqueline Woodson – Tip van Heleen

“Herinneringen komen niet in volzinnen”

Ken je dat gevoel? Er komt een vriendin logeren, het is laat en er is al een paar keer gevraagd of jullie stil willen zijn. Jullie liggen dicht bij elkaar, lekker warm en in het donker. Dan begint je vriendin te vertellen. Met haar zachte stem neemt ze je mee naar haar verste herinneringen.

Jacqueline Woodson vertelt in Brown girl dreaming het verhaal van haar jeugd. “Elk kind in deze familie heeft, tussen de tanden, hetzelfde spleetje dat ons verbindt.” We leren de familie kennen, ze staan zelfs op de foto’s achterin het boek. Samen met haar zwijgende broer en slimme zus wordt ze meegenomen als haar moeder naar een volgende plek gaat, omdat ze ‘thuis voor thuis’ verkozen heeft. In poëtische korte zinnen lukt het om al mijn zintuigen op scherp te lezen. Ik ruik de zoete geur van kamperfoelie, hoor de krekels en word verblind door het geschitter van de diamanten in de stoepen van New York.

Jacqueline is geboren in 1963 en ervaart hoe het is om vanwege haar huidskleur buitengesloten te worden. Ze leert protestbewegingen kennen en vraagt zich tegelijkertijd af of er toch niet iets in het idee zit allemaal apart te blijven. Bij het vouwen van witte handdoeken kan ze zich heel goed voorstellen dat sommige mensen dat willen. Bekende namen uit de geschiedenis worden terloops genoemd, maar drukken je met je neus op een pijnlijke geschiedenis. Ook het geloof, “omdat we getuigen zijn”, zorgt ervoor dat er buitengesloten wordt. “We zullen nooit de bitterheid van een strijd proeven.” Het ritme van de Jehowa’s getuigen beheerst de week. Zo heeft moeder het tenslotte aan haar moeder beloofd. 

“Verhalen zijn als lucht, ik adem ze in en blaas ze weer uit.” In korte zinnen, als poëzie vertelt Jacqueline haar verhaal. Deze korte zinnen laten me lichtvoetig door een misschien wel verdrietig verhaal huppelen en laten me stil staan op het juist moment. Opa “daddy” Gunnar is de opa geworden die ieder meisje zich wenst en Maria voelt als hartsvriendin. De verf die broertje Roman van de muur pulkt proef ik als ik het boek even weg moet leggen. 

Jacqueline Woodson heeft een verhaal verteld dat onder mijn huid is gaan zitten. Kinderboekwinkel De Toverlantaarn legde het boek onder mijn kussen. Ik vraag me af of ‘mijn leerlingen’ dat ook zo zullen ervaren. Zal het verhaal dicht genoeg bij hun belevingswereld kunnen komen? Zullen ze uitgenodigd worden om zelf te gaan lezen over bijvoorbeeld Martin Luther King en zullen ze herkennen dat het buitensluiten van mensen nog steeds actueel is? Raakt dit verhaal ook als je je nooit echt verdiept hebt in de overblijfselen van slavernij? Ik hoop het wel, want we genieten allemaal als die vriendin haar verhaal vertelt. In het donker, dicht bij elkaar.

“Zelfs de stilte wil je een verhaal vertellen. Luister maar.”

Mijn leeftijdsadvies: 13+ | Uitgever: Volt | Auteur: Jacqueline Woodson | Vertaler: Tirsa With | Verschenen: 10 juni 2021 | Prijs: € 20,99 | Hier te bestellen

Een Crush – Heleen

Lieve Janneke!

Na een week met een grammaticatoets, een leestaak én een les Nederlands op vrijdagmiddag heeft 2Basis wel wat leuks verdiend. Na “uitval” en “op je telefoon” wordt film kijken geopperd. Daar kan ik wel wat mee. Ik haal Koning van Katoren van de plank. Deze film is gebaseerd op het boek van Jan Terlouw en kun je handig in delen, per opdracht, bekijken.  Ik zie allerlei mogelijkheden voor waardevolle fictielessen, dus ik ben nu al bijzonder tevreden over deze spontane koerswijziging.

Op mijn vraag wat fictie ook alweer is worden zuchtend wat antwoorden gemompeld en “toe nou maar, mevrouw!”. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat ik opmerkingen maak (“dit is belangrijk”) bij het volkslied van Katoren en het vuurwerk dat afgestoken wordt na het overlijden van de oude koning. Na een minuut of twaalf valt me iets op in de film dat ik nog niet eerder had gezien; in het huis waar Stach opgroeit, hangt een foto van zijn overleden ouders. Charlie Chan Dagelet staat model voor Stachs moeder, die na zijn geboorte overleed. Charlie Chan is de zus van Mingus, die Stach speelt. De leerlingen beginnen onrustig te draaien als ik deze verrassing enthousiast met ze deel.

Veel verder dan de eerste twaalf minuten van de film komen we deze les niet. Iemand vraagt zich af waarom ik weet dat zij de zus van Stach is. Er wordt gesuggereerd dat ik  ‘een crush’ heb op Stach en daarom álles van hem weet.  Als ik ze wijs op de vermoedelijke leeftijd van deze jonge acteur zien ze nog wel andere mogelijkheden. De vader, ik heb een crush op de vader van Stach, of Mingus en Charlie Chan, zo zal het wel zijn. Ik ben de beroerdste niet en altijd bereid een bijdrage te leveren aan de culturele opvoeding van mijn leerlingen, dus we googelen wel even op ‘de vader van…’.

Ik weet niet of iemand mijn glimlach opvalt, ik hoef in ieder geval niets uit te leggen. Iemand heeft trots de nieuwe link ontdekt. “Oh, daarom moesten we vorige jaar kijken naar Mijn bijzonder rare week met Tess!” “Die pa van Stach (Hans Dagelet) is die enge man die troep van het strand verzamelt. “ “Ja en zijn vrouw was toen dood, dus dat komt voor u wel mooi uit!” “En hij woont op Terschelling en daar gaat u ook altijd naartoe, daarom natuurlijk.”

Ik zet het beeld terug op Koning van Katoren. Ik wil nog zeggen dat fictie realistisch kan zijn. Dat het lijkt of het echt gebeurd zou kunnen zijn, terwijl het toch verzonnen is.

Zien we elkaar in de herfstvakantie?

Liefs, Heleen

Afbeelding: Koning van Katoren, Kasander film BV/KRO (BFD film)  2012

Klik hier om meer te weten te komen over Koning van katoren of Mijn bijzonder rare week met Tess.